Naar inhoud
Nederlands
  • Blog

In de spotlight: Nick Cremers

Hoe gaat het eigenlijk met de filmmakers en projecten die een bijdrage hebben ontvangen van het Limburg Film Office? We checken regelmatig even in om te horen waar ze staan en wat er speelt. Dit keer spreken we met filmmaker, zangeres en songwriter Jessica Kulka.

 

Wie ben je en wat doe je?

Ik studeerde in 2005 af aan de Nederlandse Filmacademie (Visual Effects) en werk inmiddels ruim twintig jaar in de audiovisuele sector als animator, 3D-generalist en visual storyteller. In die periode werkte ik aan uiteenlopende producties, variërend van animaties, reclamecampagnes en museuminstallaties tot visuele effecten voor bedrijfsfilms, commercials en korte films.

De prijswinnende horroranimatie What Killed Timmy Benson betekende een belangrijk keerpunt in mijn ontwikkeling als filmmaker en werd internationaal vertoond op diverse filmfestivals. Sindsdien richt ik me steeds meer op het schrijven en regisseren van eigen fictiefilms, waarin psychologische spanning, sfeer en menselijke thema's centraal staan.

Momenteel werk ik aan zijn nieuwe psychologische horrorfilm Interference, waarvoor hij een bijdrage ontving van het Limburg Filmfonds. Daarnaast ontwikkelt hij nieuwe fictieprojecten, waaronder Lorna en Passengers.

 

Wat voor verhalen wil je vertellen?

Ik wil films maken die je meenemen naar een wereld die in eerste instantie heel herkenbaar voelt, maar langzaam begint te kantelen. Juist dat moment waarop het vertrouwde ineens ongemakkelijk wordt, zonder dat je precies kunt aanwijzen waarom, fascineert me enorm.

Mijn films beginnen bijna altijd met een gevoel of een sfeer. Van daaruit ontstaat een wereld en pas daarna volgt het verhaal. Ik wil dat die wereld zo geloofwaardig aanvoelt dat je er als kijker volledig in opgaat. Niet alleen door wat je ziet, maar ook door het geluid, het ritme en alles wat tussen de regels door gebeurt.

Hoewel mijn films zich vaak binnen de psychologische horror afspelen, gaan ze voor mij uiteindelijk altijd over iets menselijks. Thema's als ontworteling, verlies en het onbekende vormen vaak de onderlaag. Horror is voor mij geen doel op zich, maar de taal waarin ik die verhalen vertel.

Sinds het maken van mijn horroranimatie What Killed Timmy Benson weet ik dat ik films wil maken waarin ik de werelden uit mijn verbeelding tot leven kan brengen en de duistere verhalen kan vertellen die me blijven fascineren. Tijdens dat project ontdekte ik dat juist het creëren van zo'n wereld me het meest aantrekt.

 

Wat heeft 'What Killed Timmy Benson je geleerd als filmmaker?

What Killed Timmy Benson was voor mij veel meer dan alleen een film; het was mijn leerschool als filmmaker. Omdat ik jarenlang aan het project werkte, had ik de tijd om echt te onderzoeken wat film voor mij betekent. Wat vertelt een shot precies? Waar ligt de aandacht van de kijker? Wanneer werkt een scène beter als je juist niet knipt? En hoe bepaal je het ritme van een film?

Doordat What Killed Timmy Benson een 3D-animatiefilm was, kon ik bovendien vrij experimenteren met composities, lenzen, camerabewegingen en timing. Ik kon eindeloos zoeken naar wat een scène nodig had, zonder de beperkingen van een draaidag. Dat gaf me de ruimte om intuïtief te ontdekken waarom bepaalde keuzes wel of juist niet werkten.

Tijdens dat proces ontdekte ik dat ik heel visueel denk. Terwijl ik schrijf, zie ik de film vaak al voor me en zet ik de shots in gedachten achter elkaar. Daardoor ontstaat niet alleen het verhaal, maar ook al een eerste montage in mijn hoofd. Tegelijkertijd leerde ik dat film niet alleen draait om analyseren, maar ook om gevoel. Je voelt wanneer een shot werkt, wanneer een scène de juiste spanning heeft of wanneer iets net niet klopt. Die combinatie van intuïtie en voorbereiding neem ik nog altijd mee in ieder nieuw project.

 

Waarom voel je je aangetrokken tot duistere verhalen?

Van kleins af aan ben ik gefascineerd door duistere verhalen. Het begon eigenlijk al in de bibliotheek. Als er op de rug of kaft van een boek een spookje, monster of iets anders mysterieus stond, móést ik het oppakken. Vaak waren die illustraties best gruwelijk, maar juist dat gevoel van nieuwsgierigheid en spanning trok me enorm aan.

Dat gevoel ben ik eigenlijk nooit kwijtgeraakt. Iedere keer als ik een film kijk, hoop ik dat hij datzelfde onderbuikgevoel weer weet op te roepen. Dat moment waarop je voelt dat er iets niet klopt, maar je nog niet weet wat.

Voor mij lopen thriller en horror eigenlijk in elkaar over. Ze spelen allebei met spanning, mysterie en het onbekende. Soms blijft een verhaal dicht bij de werkelijkheid, soms gaat het juist een compleet andere kant op. Juist die vrijheid spreekt me enorm aan. Binnen dat spectrum kun je je verbeelding alle ruimte geven en zijn de mogelijkheden bijna eindeloos.

Bij de films die mij het meest raken, speelt sfeer misschien wel de grootste rol. Ik zie sfeer als de saus die een gerecht compleet maakt. Het is wat ervoor zorgt dat je jezelf even vergeet en volledig wordt meegenomen in een andere wereld. Films als The Silence of the Lambs en Prisoners hebben een grauwe, bijna tastbare sfeer waardoor je je als kijker ongemakkelijk gaat voelen. Sleepy Hollow was voor mij een grote inspiratiebron tijdens het maken van What Killed Timmy Benson. Alles aan die film klopt: de vormgeving, het kleurgebruik en de atmosfeer versterken het verhaal. Je waant je echt even in een andere wereld. Dat meegenomen worden is voor mij misschien wel het mooiste wat film kan doen.

 

Hoe ontstaat een film bij jou?

Een film begint bij mij zelden met een verhaal. Meestal begint het met een gevoel. Het verhaal komt daarna. Vaak zie ik als eerste een locatie, een sfeer, een beeld of een geluid dat iets bij me losmaakt. Zodra die omgeving begint te leven, ontstaat bijna vanzelf de vraag: wat speelt zich hier af? Vanuit dat eerste gevoel groeit langzaam het verhaal. Dat vormt voor mij de voedingsbodem waaruit alles ontstaat. Als dat fundament ontbreekt, merk ik dat een idee moeilijk verder groeit.

Tijdens dat proces zie ik de film steeds duidelijker voor me. Ik monteer scènes als het ware al in mijn hoofd en zie hoe beelden in elkaar overlopen. Daarom werk ik het liefst met locaties die ik door en door ken. Ik breng er veel tijd door, niet alleen om te kijken hoe ze eruitzien, maar vooral om te ervaren hoe ze aanvoelen. Hoe het licht verandert, welke geluiden er zijn en hoe een ruimte ademt. Daardoor ontstaan bijna vanzelf camerastandpunten, overgangen en nieuwe scènes die ik vooraf nooit had kunnen bedenken.

Tegen de tijd dat de opnames beginnen, voelt het vaak alsof ik de film al meerdere keren heb beleefd. Dat geeft me de vrijheid om op de set niet alleen bezig te zijn met de techniek, maar vooral met de acteurs, het verhaal en het moment zelf.

 

Wat maakt een scene voor jou spannend?

Voor mij ontstaat spanning niet door wat je laat zien, maar juist door wat je achterwege laat. Ik hou ervan om een moment nét iets langer te laten duren dan comfortabel voelt. Daardoor krijgt de kijker de tijd om het beeld af te speuren, op zoek naar iets wat misschien een aanwijzing is voor wat er gaat gebeuren.

Daarom maak ik graag gebruik van negatieve ruimte in een compositie. Een leeg stuk beeld kan soms spannender zijn dan iets wat je letterlijk laat zien, omdat de verbeelding van de kijker vanzelf aan het werk gaat. Ik vind het prettig als een shot nét ongemakkelijk aanvoelt. Dat gevoel dat er iets niet klopt, zonder dat je precies kunt aanwijzen wat, vind ik ontzettend interessant.

Ik ben veel meer geïnteresseerd in suggestie dan in expliciete horror. Gore doet me weinig. Voor mij is het hooguit de ontlading ná de spanning. De echte magie zit voor mij in het onbekende. Zolang een film me blijft verrassen en ik niet weet waar het verhaal naartoe gaat, blijf ik geboeid. Zodra alles voorspelbaar wordt, verdwijnt die magie.

 

Waar komt het idee voor 'Interference' vandaan?

Het idee voor Interference ontstond kort nadat mijn vrouw en ik vanuit Hilversum terug naar Limburg verhuisden. We kwamen terecht op een rustig woonpark, midden in de natuur, waar iedereen elkaar vriendelijk begroette. Wat ons opviel, was dat vrijwel iedere bewoner dat op precies dezelfde manier leek te doen. Het was zo'n klein, alledaags detail, maar juist daardoor bleef het hangen.

Na verloop van tijd merkten we dat we zelf automatisch begonnen mee te doen. Zonder er echt over na te denken, namen we dat ritueel over. Dat fascineerde me. Hoe snel pas je je eigenlijk aan een nieuwe omgeving aan? En wanneer voelt iets nog normaal, of juist niet meer?

Vanuit die gedachte begon mijn verbeelding te werken. Ik vond het interessant om iets heel alledaags langzaam een ongemakkelijke lading te geven. Daarnaast voelde het woonpark als de perfecte plek voor een verhaal als dit. Het is een kleine, afgesloten gemeenschap waar iets kan gebeuren zonder dat de buitenwereld er weet van heeft. Alsof er achter de dagelijkse rust iets schuilgaat dat veel groter is dan het park zelf.

 

Waar gaat 'Interference' voor jou echt over?

Interference begon voor mij met een sfeer en een wereld. Van daaruit groeide langzaam het verhaal. Tijdens het schrijven ontdekte ik dat de film in de kern over assimilatie en ontworteling gaat. De sfeer is daarbij geen los onderdeel, maar juist de manier waarop ik dat onderwerp voelbaar wil maken. Ik wil dat het thema volledig doordrenkt is van de juiste atmosfeer.

Net als veel van mijn eerdere films is ook Interference geworteld in mijn eigen leefwereld. Toen mijn vrouw en ik vanuit Hilversum terug naar Limburg verhuisden, ervoeren we die overgang allebei heel anders. Voor mijn vrouw betekende het afscheid nemen van haar werk, vrienden en de omgeving waarin ze zich thuis voelde. Dat gevoel van ontworteling werd uiteindelijk de emotionele kern van Nora.

Wat me fascineert, is dat aanpassen uiteindelijk bijna onvermijdelijk is. Je kunt je ertegen verzetten, maar langzaam neem je toch gewoontes, rituelen en gebruiken van een nieuwe omgeving over. Dat menselijke proces wilde ik onderzoeken, maar dan door de lens van psychologische horror.

Ik geloof sterk in het principe write what you know. Door persoonlijke ervaringen als vertrekpunt te nemen, hoop ik verhalen te maken die, hoe onwerkelijk ze ook worden, emotioneel herkenbaar blijven.

 

Hoe zorg je ervoor dat 'Interference' geloofwaardig aanvoelt?

Voor mij begint geloofwaardigheid bij de wereld waarin het verhaal zich afspeelt. In het geval van Interference hoefde ik die niet te verzinnen, omdat we er middenin wonen. De film wordt volledig opgenomen op en rondom ons woonpark, een omgeving die ik door en door ken. Juist daardoor voelen de locaties nooit als een decor, maar als een plek waar daadwerkelijk mensen leven.

Ook in de personages en dialogen zoek ik zoveel mogelijk naar echtheid. Sommige gesprekken en momenten tussen Nora en Daniel zijn geïnspireerd op ervaringen die mijn vrouw en ik zelf hebben meegemaakt. Niet om ons leven letterlijk te verfilmen, maar omdat die emoties de basis vormen voor het gevoel van ontworteling dat zo belangrijk is binnen het verhaal.

Ik vind het interessant om iets heel alledaags net een klein beetje uit de werkelijkheid te trekken. Mijn ideeën beginnen vaak in een herkenbare, normale wereld, waarin langzaam steeds meer mogelijk blijkt te zijn dan je in eerste instantie dacht. Omdat die verschuiving zo geleidelijk verloopt, voelt het nooit alsof de film ineens iets onmogelijks van je vraagt. Juist dat subtiele kantelpunt, waarop het vertrouwde langzaam ongemakkelijk wordt, vind ik het meest fascinerend.

 

Waar sta je nu met 'Interference'?

De toekenning van het Limburg Filmfonds voelde als een bijzonder moment. Niet alleen vanwege de financiële ondersteuning, maar vooral omdat een idee dat zo persoonlijk begon nu daadwerkelijk de kans krijgt om gerealiseerd te worden. Dat geeft vertrouwen, maar ook verantwoordelijkheid. Ineens wordt het heel concreet. Het is een extra stimulans om er vol voor te gaan.

In januari ben ik begonnen met het schrijven van het scenario. Sindsdien heeft het meerdere versies gekend. Ik laat een script regelmatig even los om er later met een frisse blik naar terug te keren. Vaak ontdek ik dan weer kleine verbeteringen of nieuwe inzichten. Ook in gesprekken met de acteurs verwacht ik het scenario verder te verfijnen. Ik zie een script niet als iets dat vaststaat, maar als iets dat mag blijven groeien zolang het de film sterker maakt.

Inmiddels hebben de acteurs hun toezegging gedaan en is het grootste deel van de crew samengesteld. Naast het schrijven en regisseren verzorg ik ook de productie. Dat betekent dat ik veel verschillende petten op heb, wat soms best uitdagend is. Ik merk dat ik soms moet oppassen om niet in ieder detail te willen duiken. Tegelijkertijd geeft het me veel inzicht in het hele proces en leer ik daar enorm veel van.

Op de langere termijn zou ik graag vaker samenwerken met een producer, zodat ik me nog meer kan richten op waar mijn grootste passie ligt: het schrijven, de regie en het vertellen van verhalen. De wereld van Interference leeft inmiddels al lange tijd in mijn hoofd. Nu breekt de fase aan waarin alle losse onderdelen samenkomen. Waar ik misschien nog wel het meest naar uitkijk, is het moment waarop de beelden die ik al zo lang voor me zie eindelijk werkelijkheid worden.

 

Wat hoop je dat mensen meenemen na het zien van 'Interference'?

Ik denk dat iedere kijker uiteindelijk iets anders uit een film haalt, en dat vind ik juist mooi. Ik wil geen eenduidige boodschap meegeven of alles verklaren; ik hoop vooral een ervaring te delen. De één zal Interference vooral zien als een spannende horrorfilm, terwijl een ander misschien de laag daaronder ontdekt. Voor mij zijn beide helemaal goed.

Voor mij is Interference ontstaan vanuit iets heel menselijks. Het gevoel losgetrokken te worden uit een omgeving die vertrouwd voelt en langzaam te moeten aarden op een nieuwe plek. Ik denk dat bijna iedereen zich daar, in meer of mindere mate, in kan herkennen. Verandering is zelden makkelijk, maar uiteindelijk wel onvermijdelijk.

Tegelijkertijd hoop ik dat de ervaring van Interference nog even blijft hangen. Dat de sfeer, het geluid, de beelden en de spanning samen iets oproepen wat je niet meteen loslaat. Niet alleen omdat de film spannend is, maar omdat hij je voor even heeft meegenomen naar een wereld die nét naast de werkelijkheid lijkt te bestaan.

Als mensen na afloop niet alleen onthouden wat ze hebben gezien, maar vooral hoe de film voelde, dan heb ik bereikt wat ik met Interference wilde doen.

 

Wat betekent Limburg voor jou als filmmaker?

Ik wist eigenlijk altijd al dat ik ooit terug zou keren naar Limburg. Ik heb met veel plezier in Hilversum gewoond, maar Limburg voelt voor mij als thuis. Mijn wens was altijd om aan de rand van een bos te wonen, en juist daar vind ik de rust en inspiratie waaruit mijn verhalen ontstaan.

Als ik door de natuur loop, voelt die soms mysterieus zonder dat ik precies kan uitleggen waarom. Dat gevoel nestelt zich in mijn verbeelding en vormt vaak het begin van een nieuw idee. Niet een compleet verhaal, maar een sfeer of een beeld dat langzaam begint te groeien.

Limburg is dan ook al veel langer onderdeel van mijn werk dan mensen misschien beseffen. In What Killed Timmy Benson verwerkte ik subtiele verwijzingen naar mijn roots, zoals een kaart van Limburg aan de muur van Timmy's slaapkamer en de naam van een lokale Limburgse bakker op de voorgevel van een huisje in het dorp. The Things We Do werd volledig in Limburg opgenomen en ook Interference kon alleen ontstaan doordat we juist hier wonen.

Dankzij initiatieven als het Limburg Filmfonds zie ik steeds meer ruimte voor filmmakers om hun verhalen vanuit Limburg te ontwikkelen en te realiseren. Dat vind ik ontzettend waardevol. Zelf ben ik ooit voor mijn opleiding en carrière naar de Randstad vertrokken, omdat daar destijds de meeste kansen lagen. Juist daarom voelt het bijzonder om nu terug te zijn en mijn eigen films vanuit Limburg te kunnen maken.

Ik hoop dat ik met mijn meer genregerichte films een eigen plek mag innemen binnen het mooie Limburgse filmlandschap.