Hoe gaat het eigenlijk met de filmmakers en projecten die een bijdrage hebben ontvangen van het Limburg Film Office? We checken regelmatig even in om te horen waar ze staan en wat er speelt. Dit keer spreken we met Yentl Vlachos.
Wie ben je en wat doe je?
Ik ben Yentl Vlachos, filmregisseur en commercieel producent uit Zuid-Limburg. Ik ben opgegroeid in Sittard-Geleen. Ik studeerde regie aan Fontys School of Arts in Tilburg en werk inmiddels als regisseur binnen verschillende disciplines: van korte films tot muziekvideo’s en commercials. In mijn werk zoek ik graag naar verhalen die persoonlijk beginnen, maar tegelijkertijd iets universeels vertellen. Ik ben geïnteresseerd in menselijke relaties en maatschappelijke thema’s. De afgelopen jaren regisseerde ik onder andere muziekvideo’s voor Nederlandse artiesten als Davina Michelle, Claude, K3, Snelle, Meau en Pommelien Thij. Met mijn fictiewerk wil ik steeds meer ruimte creëren voor persoonlijke verhalen die iets zeggen over de wereld waarin we leven. Riffel is daar voor mij een heel belangrijke stap in.
Voor wat heb je een bijdrage ontvangen en wat betekent de bijdrage van LFO concreet voor jouw project?
Voor Riffel ontving ik in 2024 een bijdrage vanuit het Limburg Film Fonds. De film vertelt een persoonlijk familieverhaal van twee broers die in de jaren zestig in een Limburgse steenkolenmijn werken. Tijdens een gewone werkdag vindt er een dodelijk ongeluk plaats, waarna de oudste broer achterblijft verdriet en machteloosheid in een systeem dat hen nooit beschermd heeft. Het verhaal is geïnspireerd op mijn eigen familiegeschiedenis en de ervaringen van mijn grootvader en zijn broer als mijnwerkers in Zuid-Limburg.
De bijdrage van het Limburg Film Office betekende voor mij vooral dat ik dit persoonlijke verhaal daadwerkelijk kon realiseren. Het gaf ruimte om te investeren in de productie en om de film de kwaliteit en uitstraling te geven die het verhaal verdiende. Daarnaast voelde de steun als erkenning dat een lokaal, persoonlijk verhaal een publiek kan bereiken.
Waar bevind je je momenteel in het proces?
Op dit moment is Riffel helemaal afgerond en bevinden we ons midden in het de festival distributie. Dat is een bijzondere fase, omdat een film die lange tijd alleen in mijn hoofd, op papier en op de set heeft bestaan nu daadwerkelijk de wereld in gaat. In augustus beleefde Riffel zijn wereldpremière tijdens het HollyShorts Film Festival in Los Angeles. Het festival vond plaats van 13 tot en met 23 augustus en is Academy Awards- en BAFTA-kwalificerend.
Dat de eerste internationale première in Hollywood plaatsvond, was voor mij heel bijzonder. Ik was daar zelf aanwezig om de film te vertegenwoordigen en na de vertoning met het publiek in gesprek te gaan. Inmiddels richten we ons op de verdere festivalroute en gaat Riffel in November naar Italie om vertoont te worden bij het Montecatini International Short Film Festival. Verder zitten we midden in de festival distributie en hopen de komende periode nog meer plekken te vinden waar Riffel kan worden vertoond.
Waarom is het verhaal uit jouw project belangrijk om nu te vertellen?
Riffel gaat voor mij niet alleen over een mijnongeluk, maar over een systeem waarin jonge mannen werden ingezet om onder zware en gevaarlijke omstandigheden geld te verdienen. De mijnwerkers zijn daarin niet de antagonist; juist het systeem waarin zij gevangen zaten vormt de tegenkracht. Een systeem dat hen tijdens hun werk niet altijd beschermde, maar hen ook daarna niet opving voor wat zij onder de grond hadden meegemaakt.
Dat vind ik belangrijk om te vertellen, omdat de gevolgen daarvan niet stopten wanneer iemand weer boven de grond kwam. Angst, verlies en trauma werden vaak niet uitgesproken en konden daardoor generaties lang doorwerken. Ook binnen mijn eigen familiegeschiedenis voel ik die doorwerking. Riffel is daarom een verhaal over het mijnverleden, maar ook over de verantwoordelijkheid van systemen tegenover de mensen die daarin werken. Het stelt de vraag wat er gebeurt wanneer mensen jarenlang sterk moeten zijn, zonder dat iemand voor hen zorgt.
Juist daarom is het verhaal vandaag nog relevant. De mijnen zijn verdwenen, maar de vraag wie verantwoordelijkheid draagt voor de mensen die binnen een systeem werken, is nog altijd actueel. Ook nu kunnen werkdruk, prestatiedruk en economische belangen ervoor zorgen dat het welzijn van mensen ondergeschikt raakt. En wanneer iemand daar psychisch of fysiek onder lijdt, is de vraag wat er daarna gebeurt. Riffel laat zien dat de gevolgen van zo’n systeem niet eindigen bij één generatie. Trauma, verdriet en zwijgen kunnen jarenlang doorwerken binnen families. Dat maakt het voor mij niet alleen een verhaal over het Limburgse verleden, maar ook over het hier en nu.
Op welke manier is jouw project verbonden met Limburg?
Riffel is in bijna ieder onderdeel verbonden met Limburg. Het verhaal is ontstaan vanuit mijn eigen familiegeschiedenis en speelt zich af in de Zuid-Limburgse mijnstreek van de jaren zestig. Mijn grootvader werkte in de Oranje Nassau 1 mijn in Heerlen en het verhaal is gebaseerd op wat er met hem en zijn jongere broer is gebeurd.
Ook voor de productie was Limburg ontzettend belangrijk. We hebben met Limburgse acteurs en makers gewerkt en konden gebruikmaken van locaties die direct verbonden zijn met het mijnverleden, waaronder de Steenkolenmijn in Valkenburg, de Oranje Nassau schacht in Heerlen, de oude straten in Sittard en de fietspaden in Voerendaal. De film is bovendien volledig in het Limburgse dialect gesproken. Daarmee wilde ik niet alleen een historisch verhaal vertellen, maar ook de sfeer, taal en identiteit van de regio behouden.
Dat Riffel vervolgens vanuit Limburg naar Hollywood is gegaan, voelt voor mij heel bijzonder. Het verhaal is heel lokaal begonnen, maar blijkt tegelijkertijd universele thema’s te bevatten: broederschap, verlies, schuld en veerkracht.
Wat waren tot nu toe de grootste uitdagingen en hoogtepunten in het proces?
De grootste uitdaging was misschien wel om een heel persoonlijk verhaal los te laten en het uiteindelijk als film aan anderen te laten zien. Omdat Riffel zo dicht bij mijn eigen familiegeschiedenis ligt, voelde iedere keuze soms zwaar. Tegelijkertijd moesten we tijdens de productie gewoon praktisch blijven: werken met kou, sneeuw, onder de grond, regen en ontzettend veel figuranten.
Een groot hoogtepunt was daarom het moment waarop alles samenkwam op de set. We stonden daadwerkelijk onder de grond, in de mijn en zagen de acteurs daar rondlopen in kostuum. Op dat moment voelde ik voor het eerst: dit verhaal bestaat nu echt.
Maar de wereldpremière in Hollywood was natuurlijk een hoogtepunt op een heel ander niveau. Dat een Limburgse dialect film, gebaseerd op mijn familiegeschiedenis, uiteindelijk op een groot internationaal festival in Los Angeles werd vertoond, was ontzettend bijzonder.
Wat heb je zelf geleerd tijdens het traject / het maken van dit project?
Ik heb vooral geleerd hoeveel vertrouwen je als regisseur moet hebben in je eigen verhaal. Riffel is ontstaan vanuit iets heel persoonlijks. Juist daardoor heb ik regelmatig getwijfeld: is dit verhaal interessant genoeg voor anderen? Is dit niet te persoonlijk? Mag ik het dramatiseren? Kunnen mensen die mijn familie niet kennen zich hierin herkennen? Is het niet te regionaal? Tijdens het proces merkte ik steeds meer dat kwetsbaarheid juist een kracht kan zijn.
Daarnaast heb ik geleerd om niet te wachten tot alle omstandigheden perfect zijn. Riffel is midden in de winter, tussen de regen en de sneeuw gedraaid. Dat heeft me als filmmaker sterker gemaakt. Je leert daardoor veel beter wat essentieel is voor een scène en wat je kunt loslaten.
Ook heb ik ervaren hoe belangrijk een team is. Een film maak je nooit alleen. De cast, crew, locaties, begeleiding en mensen die financieel of inhoudelijk vertrouwen in je hebben, dragen allemaal bij aan het eindresultaat. Dat Riffel uiteindelijk in Hollywood is vertoond, voelt daarom niet alleen als mijn persoonlijke prestatie, maar als iets wat we met een hele groep hebben bereikt.
Waar kijk je het meest naar uit in de komende fase?
Ik kijk vooral uit naar het verdere festivalseizoen en naar de reacties van verschillende publieken op Riffel. Nu krijgt de film steeds meer een eigen leven. Dat vind ik misschien wel het mooiste onderdeel van filmmaken: je maakt iets vanuit een heel persoonlijke motivatie, maar uiteindelijk bepaalt iedere kijker zelf wat hij of zij eruit haalt.
Na de wereldpremière bij HollyShorts in Los Angeles wil ik de film graag verder internationaal laten reizen. HollyShorts is een Academy Awards- en BAFTA-kwalificerend festival, waardoor de selectie een belangrijke stap is binnen de internationale festivalroute van de film.
Daarnaast kijk ik ernaar uit om Riffel dichter bij huis te blijven delen. Het verhaal komt uit Limburg en ik vind het belangrijk dat juist mensen uit de regio zichzelf, hun geschiedenis of hun familie erin kunnen herkennen. En ondertussen begint voor mij alweer de volgende fase: nieuwe verhalen schrijven en regisseren.
Waar en wanneer kunnen we het eindresultaat straks zien?
Riffel heeft inmiddels zijn wereldpremière gehad in Los Angeles tijdens het HollyShorts Film Festival, dat van 13 tot en met 23 augustus 2026 plaatsvond. De film werd daar vertoond in aanwezigheid van mij als regisseur.
In november kun Riffel bekeken worden op het Montecatini International Short Film Festival in Italie. De verdere selecties zijn nog onbekend! Riffel is ingediend bij verschillende nationale en internationale festivals en we hopen de film op zoveel mogelijk plekken aan publiek te kunnen laten zien
Ik hoop daarnaast dat Riffel uiteindelijk ook in Limburg zelf op verschillende plekken te zien zal zijn. Dat voelt voor mij belangrijk, omdat het verhaal hier vandaan komt. De film is uiteindelijk een eerbetoon aan de Limburgse mijnwerkers, aan de mensen en families die met de gevolgen van het mijnverleden hebben geleefd. En het allerbelangrijkste, mijn grootvader Clemens Dohmen.